Column door Willem van der Meiden
Ik was nooit dol op christelijke politiek. Mij inspireerde Karl Barth,die in de jaren dertig op bezoek in Nederland vernam dat er in Nederland christelijk gevoetbald werd. “Christelijk voetbal? Ik ken goed voetbal en slecht voetbal, maar wat is christelijk voetbal?” Goede politiek– slechte politiek – maar christelijke politiek?
Er waren decennialang voorbeelden van christelijke politiek die zeer onchristelijk had uitgepakt. Nee, als christen had je te kiezen, en wel tegen de Mammon. Makkelijk zat. Geen twijfel mogelijk. Het christendom als politieke ideologie vond ik als christen bedenkelijk en verdacht. En, dacht ik, terecht. Ben ik nu blij? Na de verkiezingsuitslag van 9 juni begonnen de beschouwingen over de teloorgang van de christelijke politiek. Als stemgedrag een beeld kan geven van de ontzuiling en secularisatie van onze samenleving, dan is ‘het christendom’ bezig aan een vrije val. Tot 1967 hadden zich christelijk noemende politieke partijen meer dan de helft van de stemmen. Op 9 juni stemde nog niet eens een op de vijf kiezers op een zich christelijk noemende partij. Treurig? Welnee. Een beetje christen stemt niet op een christelijke partij, zegt mijn ingeroeste reflex. Maar ik ken voortreffelijke mensen die het CDA of de ChristenUnie een warm hart toedragen. Ik heb me zelfs vrienden uit de Mammon gemaakt. Die gun ik dit fiasco niet. En ik houd mijn hart vast voor de geest die nu uit de fles is, want die waait niet waarheen ik wil. Secularisme baart gezond socialisme, hoopten we ooit. Het baart nu vooral onderbuikreflexen en een amorele levensbeschouwing. Triomf der Verlichting? Integendeel: obscurantisme en xenofobie met middeleeuwse trekjes. Zou religie nu kunnen helpen? Ik zie niet direct grote afzetmogelijkheden, maar ik krijg wel zin in een ethisch reveil. Het geweten mag van mij ook terug op de politieke agenda. Een krachtig sprekende kerk? Kom maar op. Drie weken geleden overleed Lodewijk Ringnalda, gereformeerd predikant en zijn leven lang activist voor vrede en gerechtigheid. Hij schreef in 1980 het volgende: “Godsdienst moet gestalte krijgen, vlees worden, anders stelt het niets voor. We moeten grondig afrekenen met de pretentie dat alleen christenen weten wie God is en wat waar is.” Zo was het en zo is het maar net. Bron: Opinieblad Volzin no. 13
Stem ook op dit artikel:
|