Door Fennie Kruize
Eén van de problemen, die nog steeds actueel is in onze door het kerkelijk christendom gekleurde samenleving, is het omgaan met seksualiteit. En één van de basis oorzaken daarvan is het door deze traditie gevormde zelfbeeld en daaraan gekoppelde mensbeeld. Een zelfbeeld en mensbeeld dat door de nadruk op de zondigheid en de nietigheid van de mens zodanig negatief is beïnvloed, dat de mens als het ware niets goeds kan doen. En je kunt niets goeds doen vanuit de vooronderstelling, dat je niet goed bent.
Een vooronderstelling, die direct van invloed is geweest en vaak nog is op het omgaan met seksualiteit. Tot ver in de 20e eeuw is door de kerken seksuele zelfbevrediging als zondig gedrag afgewezen. Je zou er de ergste ziektes door kunnen krijgen. Een logische houding van de kerken, omdat seksuele bevrediging gebaseerd is op het houden van jezelf en dat is vanuit deze traditie Gods- onmogelijk.
Hetzelfde geldt voor het beleven van seksualiteit met een ander mens. Daar plezier aan beleven vooronderstelt een houden van jezelf en van de ander, wat in strijd is met het negatieve mensbeeld. Vandaar dat seksualiteit heel lang alleen verbonden is aan de voortplanting, een heilig moeten ten behoeve van het nageslacht, en voor de rest alleen maar als zondig gedrag kon worden neergezet. Het gevolg hiervan is dat veel mensen zich schuldig zijn gaan voelen over iets waar ze niet schuldig aan zijn en aan seks geen lol beleven. Wil het omgaan met seksualiteit veranderen, zal de mens eerst moeten leren anders naar zichzelf en naar de ander te kijken. Een anders kijken wat niet bepaald wordt door gangbare normen of tradities, maar door wat je werkelijk ziet, wanneer je naar mensen en naar jezelf kijkt. Wie veel met mensen omgaat en goed naar ze kijkt, ziet dat de buitenkant bepaald wordt door wie zij van binnen zijn. Is de binnenkant goed, heel, dan straalt dat ook naar buiten toe en is een mens mooi, ongeacht hoe hij of zij eruit ziet. Is de binnenkant fout, gebroken, dan straalt ook dat naar buiten toe, en wekt de mens een negatieve indruk, hoe hij of zij er ook uitziet. Deze zelfde binnen- buitenkant verhouding bepaalt ook het verschil tussen knap en mooi. Een knappe vrouw of man kan er perfect uitzien, maar een volstrekt lege uitstraling hebben. De buitenkant is dan alleen maar vorm en heeft geen inhoud. Een knappe man of vrouw wordt pas mooi, wanneer er een goede inhoud in het lijf zit. Met andere woorden: wie een mens wezenlijk is, wordt bepaald van binnenuit. In het wezen van de mens, de kern of de ziel, zitten de het leven bepalende factoren. En het zijn die innerlijke factoren die het lijfelijke kleur geven.
Een manier van aankijken tegen de mens, die betekent, dat wanneer seksualiteit aan de orde is, er sprake is van een innerlijke aantrekkingskracht en niet een uiterlijke. Door de innerlijke aantrekkingskracht wordt het lijf mooi en aantrekkelijk en kan seksualiteit tot op hoge leeftijd als een voltooiing beleefd worden.
Waar het innerlijk niet lelijk wordt, kan het uiterlijk niet afstotelijk worden. Aan zo leven met je lijf (elijkheid) is echter wel één duidelijke voorwaarde verbonden. Het kan namelijk alleen wanneer je zo ook naar jezelf kijkt. Het innerlijk van de ander wordt alleen gezien, waar vanuit een innerlijk gekeken wordt. En zoals de ander mooi is voor jou van binnenuit, zo ben jij mooi voor die ander van binnenuit. Een mooi zijn van binnenuit en de eigen herkenning daarvan, dat haar voltooiing vindt in de seksuele bevrediging van jezelf. Waar de mens in staat is zichzelf mooi te vinden, is hij of zij ook blij met het eigen lijf.
En daarin, in het blij zijn met het eigen lijf en dat ook seksueel bevredigen, in vrede brengen met het eigen zelf, ligt het begin van seksualiteit met de ander. Door de eigen innerlijke schoonheid te zien is er de ruimte de innerlijke schoonheid van de ander te herkennen en dat gestalte te geven, heel te doen worden, in gezamenlijke lijfelijkheid. Het gevolg van deze manier van leven met je lijf is een positief zelfbeeld. Je ziet je eigen goedheid. Het gevolg is ook een positief mensbeeld. Je ziet de goedheid van de ander. En het gevolg is een positief beeld ten aanzien van seksualiteit. Seksualiteit is dan immers het tastbaar en invoelbaar maken van de innerlijke goedheid. Het zorgt ervoor dat je lijf een positief instrument wordt van je innerlijke drijfveren.
Seksualiteit zal van hieruit altijd gebaseerd zijn op gelijkwaardigheid en acceptatie. Het begint met de acceptatie en gelijkwaardigheid van je eigen innerlijk zijn en je eigen lijf. Je zit dan wezenlijk lekker in je vel. Het betekent ook de acceptatie en gelijkwaardigheid van de ander. Seks hebben is dan altijd een in elkaar opgaan zonder het eigen zelf te verliezen. Leven met je lijf kan alleen vanuit de volstrekte vrijheid van elk innerlijk wezen om het eigen lijf van binnenuit kleur te geven met alle gevoelens die daar voor jou bij horen. Zo leven is leven met een positief zelf- en mensbeeld. Een manier van leven waarin je geen schuldgevoel krijgt, wanneer je lekkere seks hebt gehad. Waar seksualiteit een uiting is van je innerlijke zelf, zal het alleen maar een positieve invloed hebben op dat innerlijke zelf. Met andere woorden: wie z’n lijf goed voelt en dat van de ander durft te voelen, wordt er alleen maar beter van.
Drs. Fennie Kruize studeerde theologie in Kampen, was predikant in Anna Paulowna en Den Haag/Loosduinen, docent dogmatiek aan de Comunidad Teologica in Chili, geestelijk verzorger in verpleeghuis Het Zonnehuis in Zuidhorn en is op dit moment gemeentepredikant te Hoogezand-Sappemeer. Zij geeft lezingen en cursussen. Haar thema’s zijn: symbolisch bijbellezen, Nag Hammadi geschriften, esoterisch omgaan met leven en sterven en de vrijheid om jezelf te zijn.
Info: website van Fennie Kruize
Stem ook op dit artikel:
|